augustus 22, 2008...8:25 pm

The odd couple – in liefhebbende herinnering aan A.M. (die vanochtend overleden is)

Spring naar reacties

Zonder dat iedereen het eerst goed doorhad, begon de oma van Willy aan Alzheimer te lijden. Ze vertelde wel eens drie keer op een dag hetzelfde verhaal, maar in het begin dacht iedereen dat dat was omdat ze zo blij was dat er iemand op bezoek kwam. Na het overlijden van Willy’s opa had ze zich goed herpakt, maar toch, alleen is maar alleen. In die fase vertelde ze ook een hoop verhalen, die iedereen voor waar aannam, maar die achteraf totaal verzonnen bleken te zijn. Dat een kennis een winkel was begonnen in Ruiselede, of dat haar vriendin Christiane zo vergeetachtig werd. Dat laatste een afleidingsmaneuver, achteraf gezien.
Gaandeweg, nadat ze eens een pan op het vuur had laten staan, of de afstandsbediening had opgeborgen in de microgolfoven, schakelden de schaarse familieleden hulp in, van verpleegsters, buren … . Iedere dag kwamen ze meerdere keren langs en zorgden voor haar. De wisselende verzorgers schreven dan iets in een schriftje waardoor de volgende wist wat er al was gedaan in het huishouden of niet. Als er nog een wasmachine moest worden uitgehaald, bijvoorbeeld, of wat ze die dag al gegeten had. Meme, die vroeger onderwijzeres was geweest, schreef dan op haar beurt in de kantlijn, onderstreept en met drie uitroeptekens: “Afschuwelijk geschrift! Moet aan gewerkt worden!”
In haar meest heldere momenten vertelde ze keer op keer dat ze toch zo blij was dat ze nog in haar huis kon wonen, en dat ze toch zulke goede buren had.
Tot het op een dag niet meer ging. De buren hadden haar van de straat geplukt en weer naar huis gebracht, want ze wist niets meer, ook niet dat haar man al jaren dood was. Bovendien wilde ze niet meer eten en dreigde ze daardoor in de problemen te komen. Ze werd opgenomen in het ziekenhuis, iets wat ze maar met moeite had kunnen verdragen. Nadien namen ze haar op in een rust- en verzorgingstehuis in het dorp waar ze altijd had gewoond, Koksijde. Daar gingen Maya en Willy haar bezoeken op een avond tussen 19u en 20u. Willy verbaasde zich erover dat de gangen, ondanks de milde zomeravond, al volledig donker waren. Toen ze even later de kamer bereikten van meme’ konden ze er niet in. Ze klopten op de deur en hoorden amechtige oude stemmetjes bang antwoorden, maar de deur zat muurvast. Een verpleegster opende de deur en voegde er aan toe dat de bejaarden wel naar buiten konden, maar bezoekers niet binnen, uit veiligheidsmaatregelen. En ze zei ook nog dat de dames al waren klaargemaakt voor de nacht. Willy schrok eventjes maar de verpleegster stelde hem meteen gerust dat het niet erg was: bezoekuur was tot 20u.
Even later stonden ze in de ziekenhuisachtige kamer met vier bedden. Links, vlakbij de deur lag een oude vrouw. Met priemende ogen volgde ze hun bewegingen. Schuin ertegenover, aan het raam, stond het bed van meme. Meme zag er breekbaar en oud uit, zo met het laken tot bijna aan haar kin opgetrokken. Alleen haar bleke, magere hoofd met het typische ‘mis-en-plis’ kapsel was nog te zien. In haar gezicht leken haar blauwe ogen permanent verschrikt opengesperd.
“Dag meme,” zeiden ze en gaven haar traditiegetrouw drie klinkende zoenen.
“Moh, Kben blij dak je zie,” ze herinnerde zich steeds wie Willy was, maar Maya was iets uit haar kortetermijngeheugen, dat ze niet meer had. Ze keek Maya steeds onderzoekend aan en prees Willy dan dat hij zo’n mooie dochter had.
“Goeiendag!” klonk het luid vanuit de andere hoek.
Verschrikt keek meme vanonder haar lakens naar Maya en Willy en fluisterde, alsof het haar pas nu was opgevallen dat er iemand anders in de kamer was: “Wien es dadde?” Maya en Willy zeiden dat ze het ook niet wisten. Nu was meme al altijd een vrouw geweest die wist van aanpakken, ze had vroeger twee winkels gerund, en ze had er altijd uitgezien als een vrouw die respect afdwong. Ze keek Maya en Willy aan met een air van “Ik zal het hier wel even oplossen.”en richtte zich lichtjes op vanonder de dekens: “Zeh ne keer, wie zijde gij feitelijk?”
Waarop het ferm door de kamer klonk: “Maria Boone.”
Meme: “Ah, ja.”
“Kweet nie wie dat dat is, kenne die nie,” zei ze weer fluisterend, tegelijk argwanend en nieuwsgierig. Doordat ze zo met de lakens tot onder haar kin opgetrokken lag, kreeg ze iets kleinemeisjesachtigs, alsof ze op kamp was. “Wij ook niet,” zeiden Maya en Willy overbodig.

“Hoe gaat het met u, meme?”
“Redelijk.”
“Heb je pijn?”
“Da gaat.”
“Ga je ne keer uppe stoan? Je meuht altid were kere, en je moe nie wachte tot zeundag. Kom gieder geweun e ker were, we gon tan een stekske vlees bakken en een beetje babblen. Mo nu est tid veur under bedde.”sprak Maria Boone plots tegen hen. Maya en Willy konden met moeite hun lach inhouden.
“Tis goed. We gaan zo meteen naar bed, hoor,” antwoordde Maya met een knipoog naar Willy.
“Wien es dadde?” vroeg meme weer op fluistertoon, even verschrikt als vijf minuutjes tevoren.
“Da’s Maria Boone,” wisten Maya en Willy haar nu te vertellen.
“Ik ken die nieje, kweet nie wie dat dat is,” zei meme weer. Ze zag dat Maya en Willy het grappig vonden, en er verscheen een twinkeling in haar ogen.
“Kom, sta techte! Nor ulder bedde. Tes tid. Je moe morgen nie uppe stoan om de koeien te melken, maar je moet wel nu naar under bedde.”
“Tis goed, zo meteen!” antwoordde Willy kordaat.
Om maar iets te zeggen zei Maya weer zacht tegen meme: “Is het eten lekker?”
“Ja, heel lekker,” riep de kamergenote ongevraagd en Maya verbaasde er zich over hoe zij werkelijk alles hoorde, “tes hier goed we”.
“Ja, tes hier wel goed,” zei meme aarzelend.
“Je bent hier in het rust- en verzorgingstehuis in Koksijde, je bent in de kliniek geweest en nu moet je wat aansterken en daarom ben je hier,” meende Maya te moeten uitleggen.
“Ah ja,” antwoordde meme, het antwoord leek haar een klein beetje gerust te stellen.
“Morgen komen Frans en Mia op bezoek,” wist Willy nog.
“Ah ja.”
“Ga nu noar ulder bedde, tes tid, Een…. twee,”zei ze dreigend, maar bij “Drie” leek ze zich al niet meer te herinneren waarom ze nu aan het tellen was en dus liet ze haar dreigende toon ook maar varen. ze telde nog wat door, bij elk nummer wat meer weifelend en bij ‘tien’ wist ze al helemaal niet meer waarom en wanneer ze ooit met tellen was begonnen. Willy was de interventies een beetje beu en ging naaat haar bed staan om haar te vertellen dat zij op bezoek waren bij hun meme en dat ze zeker zo meteen zouden weggaan, maar dat ze nu nog een paar woordjes tegen hun meme wilden zeggen.
Het oude vrouwtje schrompelde ineen en kroop weer diep onder de lakens.
Maar Willy zat nog niet goed en wel weer naast het bed van zijn oma of het tellen begon opnieuw. “Tien, negen, acht, zes, vier, drie, twee, een.”
“Wien es dadde?” vroeg meme, even verschrikt als de eerste keer.
En dan na het antwoord: “Kennekik die niet”.

Twee oude vrouwtjes zonder kortetermijngeheugen, samen op een kamertje…Aan elkaar gewaagd in al hun verwarring. Hoe konden zij de nacht doorkomen, zonder te weten wie ze waren, waar ze waren, misschien zelfs vergeten hoe je nu weeral in slaap moest vallen.

3 Reacties


Reageer