De brochure vermeldde ‘groene terrassencamping’ en dat deed Maya al verlekkeren. Dat er ook stond dat het er in de zomer ‘levendig’ aan toe kon gaan en dat de camping werd uitgebaat door een ‘vriendelijke Nederlander’ las ze ook, maar sloeg er verder geen acht op. Dus boekten de De Bie’s zo rond eind mei nog snel een weekje Eurocamperen aan het Gardameer, blij dat er nog iets vrij was.
De rit naar Italië was voortreffelijk verlopen. De nieuwe cd van U2, een iets oudere van Nicole Willis en de nooit vervelende Kings of Leon wisselden elkaar af en na een paar uur zwichtten ze ook voor de vraag van de kinderen naar sprookjes. Het werd ‘De Mestkever’, van het Geluidshuis, plezier voor jong en oud. Na een nachtje in Basel, bolde het gezin weer verder om volledig ontspannen rond 15u ’s middags de Gardameerse camping op te glijden. Ze reden het laantje in waar hun tentnummer zich bevond. Het was een warme, lome zondagnamiddag en voor zowat alle tenten lagen mensen op ligbedden te zonnen, behalve voor één. Daar zat Ma Flodder, gehuld in een roze top en een vormeloze short, met de benen in een badje water, boos richting de nieuwkomers te staren. Er liepen wat stuurloze pubers om haar heen, gelukkig niet behept met de obesitas-genen van de mama, maar wel voorzien van geblondeerde matjes en gouden kettinkjes. De buren voor de rest van de week.
Nomadisch volkje
“Elk jaar wordt de kampplek precies kleiner,” merkte Willy droog op terwijl Maya haar teleurstelling nog aan het wegslikken was over de totale afwezigheid van ook maar iets dat kon doen denken aan een ‘terrassencamping’. De perceeltjes minuscuul, de overburen zo dichtbij dat je ’s ochtends kon zien wat ze op hun boterhammen smeerden, de buren zo close dat het de hele tijd leek of de tentrits op en neer ging in de eigen tent. “Het belangrijkste is dat we hier overdag weg zijn,” verwoordde Willy hun gedachten, dit in groot contrast met de kinderen die het ene na het andere wonder der verwondering ontdekten. “Kijk mama, er zitten hier keiveel naaktslakken!” of Gaston (4) met twee badmintonraketjes in de handen: “Kijk mama, ik heb handen van raket!”
‘s Avonds wandelden ze gevieren naar het campingrestaurant. Er was een welkomcocktail en de sfeer was hartelijk. Een forse Surinaamse liep voorbij in een opvallend t-shirt met regenboogstrepen op een afgeknipte jeans en daaronder regenboog-gympen. Maya keek naar Willy om te zien of hij het ook gezien had. “Maya, vanaf nu zou ik willen dat jij er ook zo bij loopt,” zei hij plechtig, waarop ze beiden de slappe lach kregen. De kinderen hadden hun pizzapunten weggewerkt en hingen al in de plaatselijke speeltuin toen de Molukse een klein podium besteeg en vervoegd werd door haar mannelijke partner. Prompt ging de volumeknop de hoogte in en schalden vette Spaanse vakantiehits uit de boxen. Verschrikt bemerkte Maya dat ze nog niet eens halfweg was in haar overigens lekkere Linguine alle Vongole. Nu verging ook Willy het lachen. Een dance act tijdens het avondeten was wel het laatste waar ze op zaten te wachten, het was nog niet eens acht uur. Van alle kanten kwamen er kleine kinderen toegestroomd wat Maya een griezelig “Rattenvanger van Hamelen”-gevoel bezorgde. Plots rende ook een klein vierjarig mannetje langs hun tafel, zo snel hij kon, terwijl hij van over zijn schoudertje riep: “Mag ik ook dansen?” En daar, voor de verbouwereerde ogen van Maya en Willy, stond hun zoon de hoekige dansbewegingen met een ongeziene overgave te imiteren, een verheerlijkte smile op het kleine gezichtje, af en toe glunderend omkijkend naar mama en papa.
De volgende ochtend liep Maya met de kinderen naar de campingwinkel voor verse broodjes. “Hallo!” riep Gaston spontaan naar elke kampeerder die rustig zijn koffietje zat te slurpen voor de tent. Terwijl Maya zelf acute reserves voelde opkomen ten opzichte van het typische ‘ons-kent-ons’ gevoel dat duidelijk de toon uitmaakte op deze camping, waren haar kinderen hier blijer dan ooit. In de winkel werd Maya meteen begroet met een ‘doeg doeg’. De prijs van de broodjes was aan de hoge kant. Ze rekende af en slenterde naar de speeltuin, waar de kinderen namen aan het uitwisselen waren met een Nederlands meisje. “Waarom praten jullie zo plat?” vroeg het kind, hooguit 6 jaar, waarop Gaston zich spontaan naar Maya wendde met vragende blik: “Wat betekent dat, mama, plat?”
Maya probeerde het hoogblonde kind uit te leggen hoe het zat met het verschil tussen dialect en taalvariëteiten, maar het meisje huppelde al richting schommel.
Op de terugweg passeerden ze een Deens gezin met een Stelton-koffiekan op een frisse toile cirée. Een gezin verder at uit plastic curverdozen. Elk land heeft zo zijn eigen kampeerstijl.
3 Reacties
augustus 20, 2009 at 8:31 am
Wat we toch allemaal doen voor onze kids hé
augustus 20, 2009 at 11:18 am
yek! Naaktslakken op vakantie, ik mag er niet aan denken!
augustus 20, 2009 at 1:21 pm
Dat ging er daar dus al efen gesellig aantoe als bij ons. Misschien volgende keer eens over de euro-grenzen trekken?
Ach, een glunderend gezicht van je eigen kind. Wat is meer waard?