mei 19, 2009

Vieze namen

Een naam kiezen voor je zaak is niet simpel, en – toegegeven – een kwestie van persoonlijke smaak. Ik moest erg lachen met de onderstaande vruchten van de fantasie van de hedendaagse zelfstandigen uit de regio. De laatste vind ik feitelijk ook gewoon vies.

Koning Fritter (Frituur, Duffel)
In ‘t Vlezeke (Charcuterie, Deurne)
G-Spot (Dameskapper, Borgerhout)

mei 11, 2009

Het einde van het schoolkamperen

Aan alles komt een einde, ook aan een in het begin schier eindeloos lijkende kampeerweek in het kille februari. Tijdens het weekend van die rare week werd het alsmaar gezelliger in de schoolcamping. Het zonnetje scheen en de kampeerouders zaten op de speelplaats, er werd wat gebasket, de kinderen konden hun toekomstige speelplaats verkennen, e-mail-adressen werden uitgewisseld, levensverhalen ook. Op zondag werd er afgesproken om formeel de koppen bij elkaar te steken voor een “debat”, over keuzes en kamperen, gevolgd door samen frietjes eten en cava drinken. “Is het waar dat we allemaal op onze kop zijn gevallen dat we dit doen?” staken de sympathieke gelegenheidsmoderatoren van wal. Er kwamen een rist bedenkingen naar boven. Over idealisme, over in de buurt van de school wonen, over betrokkenheid, … . Een pasklaar antwoord of oplossing vonden de ouders niet,  iedereen vond het kamperen discriminerend, maar iedereen wilde ook de vrijheid hebben om zelf te kiezen.

Ongewild zaten de kampeerouders in het oog van een mediastorm, de maandag na de krokusvakantie haalde het gegeven de maandagcolumn van “de weekendwatcher” op Radio 1 die prompt aan het fantaseren sloeg over mogelijke scheidingen en huwelijkscrisissen ten gevolge van het al te gezellig samenzijn, als ware het een koude versie van ‘Temptation Island’. Frappant bleek dat er her en der gekampeerd was aan scholen waar dat niet eens nodig was geweest, genre, dertig kampeerders voor veertig plaatsen. Ook de kampeerders in Brussel haalden nog het nieuws, met hun zestiendaagse kampeersessie was er een vrouw in het ziekenhuis beland wegens longontsteking.

Maar het moet gezegd, die zondag heerste er onder de schoolkampeerders een ‘einde van het kamp’ gevoel, al kon Maya zich daar later nog maar weinig van herinneren: de combinatie van oververmoeidheid en een paar glaasjes cava… Deze week haalden schoolkampeerders weer het nieuws, dit maal in Haacht waar er een paniekreactie ontstond nadat er iemand een tentje had opgemerkt. Al was het dan van Belgacom, niemand wilde het risico lopen, dus stonden er al gauw honderd tenten en mobilhomes. In Antwerpen is het kamperen sinds deze week voorgoed een kleine voetnoot geworden in de geschiedenis. Vanaf volgend jaar volgt Antwerpen het Gentse voorbeeld en schuift u aan op de digitale snelweg. Mocht u ooit een bende kamperende ouders zien in een van de Deurnese parken, schrik dan niet, misschien zijn wij het wel, for old times sake. En kom gerust een cavake meedrinken.

mei 6, 2009

Schaalverkleining

“Weet jij waar die gerookte forel ligt?” vraagt Willy terwijl hij vruchteloos de overvolle koelkast doorzoekt. “Linksonderaan, dat blauwe pakje onder de charcuteriedoos,” antwoord ik terwijl ik de tafel dek en een snottebel afveeg.

Vroeger wist ik perfect de weg in Brussel, nu weet ik perfect de weg in mijn koelkast en in de Colruyt.

Af en toe moet me zo eens iets van het hart.

april 26, 2009

Oordopjes in de neus

Conversatie bij een Milanese apotheker

“Do you have earplugs?”

“For nose?” vraagt de apothekeres

“No, for the ears,” zegt klant.

“Yes for nose,” herhaalt de apothekeres nadrukkelijk.

“No it’s for my ears, because I have a very noisy hotelroom.”

De apothekeres fronst geïrriteerd de wenkbrauwen, haalt een klein doosje tevoorschijn en zegt: “1,5 euro please”

“Ah, you meant for the noise,” zegt de klant opgelucht.

De apothekeres kijkt nog eens kwaad en herhaalt, “Yes, for nose.”

april 3, 2009

De smaak van de kleuter

Tijdens het wachten voor een rood licht, staat Maya achter een zwarte Mini Cooper. “Vinden jullie dat een mooie auto?” vraagt ze aan haar kritisch panel.

“Nee, mama, wij willen geen zwarte auto’s,” spreekt de woordvoerster (Lea).

“Wat vinden jullie dan wel mooi?”

Gaston (3 j 9 mnd) moet niet lang nadenken. “Die, mama!” terwijl hij een spuuglelijk oranje metallic-kleurig stadswagentje ernaast aanwijst.

“Had je dan liever dat mama’s auto zo’n kleur had?”

“Ja,” beaamt Gaston, “Maar papa zal die wel zo verven, want papa kan alles maken.”

april 2, 2009

Het incident (vervolg van dag vier)

Die middag bracht Maya thuis met de kinderen door, het was per slot van rekening nog altijd krookjesvakantie (zoals Lea dat zo schattig zei). Lea vond al dat gekampeer maar niets, ze wilde dat mama en papa samen thuis waren en ze wilde met haar vriendinnetjes van de kleuterschool in de klas zitten. Dat was een teer punt, want heelwat ouders hadden afgehaakt in het zicht van zoveel kamperen.

Maya’s moeder vond het allemaal even absurd. “Kunnen jullie nu niet gewoon naar huis gaan? Moeten jullie daar nu nog altijd je plaats gaan warmhouden? Kunnen jullie geen beurtrol inlassen?” Maya antwoordde dat het riskant was. Als er een ouder zou langskomen en een lege plaats opeisen, dan was al dat gekampeer voor niets geweest. Het enige alternatief waren de toestanden in Brussel, waar er al drie maal een deurwaarder een plaats was komen betekenen en waar de drukbezette ouders “een Peruviaanse vriend” hun plaats lieten warmhouden. Dat vonden de Deurnese kampeerders er ‘over’.

Even voor het avondeten liep er facebooknieuws binnen. “Een man is op net niet agressieve wijze komen checken of iedereen er wel was,” postte Ellen. Adrenaline! De man was tot in het midden van de zaal gelopen, en was met luide stem alle nummers afgegaan. Toen hij bij negen kwam, had nummer 9, Ellen, geantwoord: “En wiie bent u?” Hij negeerde haar en riep dreigend, “Waar zit nummer 9?” Toen bond Ellen in. Als hij alle twaalf nummers had gehoord, was hij weer naar buiten gebeend. De nummers van de wachtlijst liet hij voor wat ze waren. En net daarvan was er iemand even niet… .

Vanaf toen was het weer alle hens aan dek.

april 1, 2009

Nacht drie, dag vier

De derde kampeernacht was voor Maya. Willy had de avond tevoren al voor een bed gezorgd, het opklapbare oranje seventies ligbed waar zijn moeder doorgaans op lag te zonnen. Het was van het genre dat ongenadig tegen de vlakte klapt als je het onverhoeds benadert. “In het midden gaan zitten,” had Willy er werktuiglijk bij gezegd. Erop had hij bij wijze van extra matras een tuinkussen voorzien dat eveneens dateerde uit de seventies, getuige de groen-blauwe bloemenprint. Het was opgedekt met het reserve Ikea-donsdekbed– roodblauwe print op een witte fond – en daarop nog een opengeritste khakigroene slaapzak. Aan Willy mocht dan geen groot stylist verloren zijn gegaan, de looks van het bonte bed vertederden Maya, hier was vakkundig over nagedacht. De andere kampeerders hadden gewaarschuwd voor de koude in de turnzaal, dus kroop Maya met een wollen rolkraagtrui, een joggingbroek, kousen en beenverwarmers onder de wol. Ze plugde met wat moeite de oorstoppen in, probeerde zich een houding te vinden en niet al te veel te keren en te draaien, niet alleen uit schrik dat het bed alsnog een neerwaartse klapbeweging zou maken, maar ook omdat het geluid van de piepende veren de andere slapers misschien wel mateloos irriteerde.

De volgende ochtend werd ze redelijk uitgeslapen wakker, ze had wat geschuifel gevoeld rondom haar, maar ze schrok er van dat de anderen al allemaal rond een tafeltje koffie zaten te drinken. Willy bracht ontbijt, hij had een stapel boterhammen gesmeerd en dat vond Maya geweldig. De voormiddag passeerde aangenaam. Er werd wat gelezen, wat gebabbeld, wat gewerkt. Een van de andere mama’s was bezig met het inrichten van een B&B in de buurt (Au bon lit), een andere had zich net gevestigd als logopediste, nog een andere werkte van thuis uit als vertaalster. Het viel Maya altijd op hoe creatief vrouwen zijn in het zoeken naar een loopbaan die bij hun past, en dat de zoektocht nooit ophoudt voor de meesten. Mannen, vrouwen, grootvaders en grootmoeders wisselden elkaar gedurig af. Het duurde tot de laatste dag eer Maya wist wie nu eigenlijk bij wie hoorde. Van een broer en een zus had ze per ongeluk een koppel gemaakt, zodat ze nogal in de war was toen twee dagen later een andere vrouw zich voorstelde als zijn vrouw.

“Iemand iets nodig uit een stenen huis?” opperde een van de aanwezige mannen die naar huis vertrok. De sfeer was opperbest. Op dit blog verscheen een bemoedigende comment. “Het is de moeite waard! Ik heb er ook gezeten!” Dat vonden ook de anderen leuk om te horen. Een gsm piepte: “Ze zijn nu ook begonnen aan ‘t Klavertje!” Iemand ging even de benen strekken in het park. Het rabiate blijven zitten van de eerste dagen was er een beetje uit, hier en daar durfde er al eens iemand zijn plaats twintig minuten onbemand laten. Rond de middag vertrok Maya naar huis, haar schoonvader loste haar af. Thuis pelde ze de lagen kleren af. Allemaal meteen in de wasmand, de schimmelachtige rubbergeur van de turnzaal zat overal in.

maart 24, 2009

Recenseren voor beginners

Lea is met school naar het theater geweest en vertelt over wat ze heeft gezien. Het ging over twee vrienden, de ene heette Bastriaan (sic) en de andere wist ze niet meer.  Bastriaan lustte heel graag kersensap. “Kregen jullie dan ook een glaasje kersensap?” vroeg Willy, “Nee papaaaaah,” (op een toon van “wat weet jij daar nu van”), “Het was geen deeltoneel!”

maart 2, 2009

De Stopera

Enkele jaren geleden gingen Maya en Willy eens naar de Amsterdamse Stopera. Dankzij de goede zorgen van Elise Klein (zie bloglinks) kreeg Maya deze mail die ze toendertijd naar Elise stuurde, terug in handen. Ideaal blogvoer, vond ze. In afwachting van de meer hedendaagse avonturen in de turnzaal van een lagere school in Deurne-Zuid, dit tussendoortje.

Maya en Willy moesten om 18u stipt in de Amsterdamse Stopera zitten voor de Walküre van Wagner. Ze hadden al wat lopen grasduinen in de Amsterdamse straatjes en hadden niet echt door hoe ver alles was, dus was het uiteindelijk nog rennen om er op tijd te zijn, maar goed, zes uur stipt zaten ze puffend in de rood fluwelen zitjes. Nog net wat tijd om eens rond te kijken. Het operapubliek: beetje bourgeois, beetje oud, slechtzittende C&A-avondjurken opgefleurd met lelijke goedkope sjaaltjes, mannen in een flapperig zijden kostuum in gekke kleuren zoals felblauw of geel, van die veel te wijde broeken, grote monden, veel tanden, …. . De lichten gingen uit en de eerste noten werden ingezet, Maya fluisterde nog tegen Willy dat het goed was dat ze een synopsis van het stuk had gelezen en aan hem had verteld, want er was geen programma. De man naast hen begon heel luid “sssssjjjjt” te doen, waarop Willy meteen in de tegenaanval ging en zo mogelijk nog harder begon te sjjjjten. De toon was gezet, met dit publiek viel niet te spotten. Tijdens de eerste pauze kon Maya de buurman van Willy eens goed bekijken. Een serieus uitziende oudere man, in het gezelschap van een al even serieuze andere man. Beiden geheel in het zwart. Ze bleven netjes zitten tijdens de pauze – van die starre calvinisten zie je natuurlijk niet rap aan de toog in de foyer – en zij trokken naar de lobby om er aan te schuiven aan het buffet, want de opera duurde zo lang dat het met eten erbij was. Toen ze een salontafeltje hadden gevonden om de koude ‘plat’ op te eten, konden ze nog wat meer rondkijken naar de Hollandse operagangers. Over hen zat een oud dametje in een zwart zijden ensemble vol genoegen te eten van een taartje. Maya keek naar haar en glimlachte eens en ze lachte vriendelijk terug. Willy en Maya waren het erover eens dat ze dat wel een fijn madammetje vonden. Tijdens de tweede pauze was ze overigens weer aan de taart (passend gedrag voor een oude taart ). Naast Maya kwam toen een gezelschap zitten dat zich op de schaarse en met moeite bemachtigde stoelen vleide om de stukken kaas en vlees naar binnen te werken. Maya zei “smakelijk” en de mevrouw galmde meteen terug “Oh ja, eet smakelijk!” Een zeldzaamheid, want alle andere Hollanders antwoordden hen in het Engels, of ze nu een kaartje kochten in het museum of in een restaurant iets bestelden, ze hadden overal dezelfde absurde conversaties. Maya en Willy praatten gewoon Nederlands en zij begonnen meteen de “thankyouen” of te “haveanicedayen”. Deel 2 van de opera begon en Willy had iets opgemerkt over onze calvinistische buurmannen, hij had hen zien staan achter een tafeltje met foldertjes. “Ze zijn van het Hollandse Wagnergenootschap,” zei hij. Mannen met een missie! Het HWG ging tijdens deel 2 weer helemaal op in het verhaal. Als godin Fricka haar man Wodan op het matje roept omdat hij teveel naast de pot heeft gepist en ze dramatisch pleit de echtbreker Siegfried te laten sterven tijdens het duel, sloegen ze de maat, en ze waren bijna tot tranen toe bewogen als Wodan zijn dochter Brunnhilde liefdevol toezingt.

De grote finale werd ingezet, Brunnhilde wordt verstoten en zal moeten trouwen met de eerste de beste menselijke man die haar ziet. Het HWG kreeg navolging, want opeens zat de helft van de rij Stevie Wonder-gewijs met het hoofd te schudden, de maat mee te kloppen, of met hun knieën te wippen.

Toen het afgelopen was, stond het hele publiek recht te applaudisseren, waarbij de buurmannen met door tranen benevelde stem “MMooooi! mooooooi!” uitten, om dan plotsklaps zo haastig weg te snellen dat ze zonder pardon op iedereen zijn tenen trapten. Waarschijnlijk moesten ze hun trein hebben om terug te keren naar hun gordijnloze huis in een stil Noordhollands dorp waar ze weer liefst zo snel mogelijk terug zouden zijn, weg uit het oord des verderfs dat een stad als Amsterdam is.

maart 2, 2009

Dag 4,5 en 6 schoolkamperen

Voor wie graag nog verderleest: het komt nog.  In de volgende stukjes gebeuren nog een hoop spannende dingen, maar ik heb helaas niet veel tijd vandaag. Er moet ook nog wat gewerkt worden van tijd tot tijd.

Het goede nieuws is dat het kleine meisje vandaag is ingeschreven en dat ik er een heel fijn gevoel bij heb.

Maya will keep you posted!