Enkele jaren geleden gingen Maya en Willy eens naar de Amsterdamse Stopera. Dankzij de goede zorgen van Elise Klein (zie bloglinks) kreeg Maya deze mail die ze toendertijd naar Elise stuurde, terug in handen. Ideaal blogvoer, vond ze. In afwachting van de meer hedendaagse avonturen in de turnzaal van een lagere school in Deurne-Zuid, dit tussendoortje.
Maya en Willy moesten om 18u stipt in de Amsterdamse Stopera zitten voor de Walküre van Wagner. Ze hadden al wat lopen grasduinen in de Amsterdamse straatjes en hadden niet echt door hoe ver alles was, dus was het uiteindelijk nog rennen om er op tijd te zijn, maar goed, zes uur stipt zaten ze puffend in de rood fluwelen zitjes. Nog net wat tijd om eens rond te kijken. Het operapubliek: beetje bourgeois, beetje oud, slechtzittende C&A-avondjurken opgefleurd met lelijke goedkope sjaaltjes, mannen in een flapperig zijden kostuum in gekke kleuren zoals felblauw of geel, van die veel te wijde broeken, grote monden, veel tanden, …. . De lichten gingen uit en de eerste noten werden ingezet, Maya fluisterde nog tegen Willy dat het goed was dat ze een synopsis van het stuk had gelezen en aan hem had verteld, want er was geen programma. De man naast hen begon heel luid “sssssjjjjt” te doen, waarop Willy meteen in de tegenaanval ging en zo mogelijk nog harder begon te sjjjjten. De toon was gezet, met dit publiek viel niet te spotten. Tijdens de eerste pauze kon Maya de buurman van Willy eens goed bekijken. Een serieus uitziende oudere man, in het gezelschap van een al even serieuze andere man. Beiden geheel in het zwart. Ze bleven netjes zitten tijdens de pauze – van die starre calvinisten zie je natuurlijk niet rap aan de toog in de foyer – en zij trokken naar de lobby om er aan te schuiven aan het buffet, want de opera duurde zo lang dat het met eten erbij was. Toen ze een salontafeltje hadden gevonden om de koude ‘plat’ op te eten, konden ze nog wat meer rondkijken naar de Hollandse operagangers. Over hen zat een oud dametje in een zwart zijden ensemble vol genoegen te eten van een taartje. Maya keek naar haar en glimlachte eens en ze lachte vriendelijk terug. Willy en Maya waren het erover eens dat ze dat wel een fijn madammetje vonden. Tijdens de tweede pauze was ze overigens weer aan de taart (passend gedrag voor een oude taart ). Naast Maya kwam toen een gezelschap zitten dat zich op de schaarse en met moeite bemachtigde stoelen vleide om de stukken kaas en vlees naar binnen te werken. Maya zei “smakelijk” en de mevrouw galmde meteen terug “Oh ja, eet smakelijk!” Een zeldzaamheid, want alle andere Hollanders antwoordden hen in het Engels, of ze nu een kaartje kochten in het museum of in een restaurant iets bestelden, ze hadden overal dezelfde absurde conversaties. Maya en Willy praatten gewoon Nederlands en zij begonnen meteen de “thankyouen” of te “haveanicedayen”. Deel 2 van de opera begon en Willy had iets opgemerkt over onze calvinistische buurmannen, hij had hen zien staan achter een tafeltje met foldertjes. “Ze zijn van het Hollandse Wagnergenootschap,” zei hij. Mannen met een missie! Het HWG ging tijdens deel 2 weer helemaal op in het verhaal. Als godin Fricka haar man Wodan op het matje roept omdat hij teveel naast de pot heeft gepist en ze dramatisch pleit de echtbreker Siegfried te laten sterven tijdens het duel, sloegen ze de maat, en ze waren bijna tot tranen toe bewogen als Wodan zijn dochter Brunnhilde liefdevol toezingt.
De grote finale werd ingezet, Brunnhilde wordt verstoten en zal moeten trouwen met de eerste de beste menselijke man die haar ziet. Het HWG kreeg navolging, want opeens zat de helft van de rij Stevie Wonder-gewijs met het hoofd te schudden, de maat mee te kloppen, of met hun knieën te wippen.
Toen het afgelopen was, stond het hele publiek recht te applaudisseren, waarbij de buurmannen met door tranen benevelde stem “MMooooi! mooooooi!” uitten, om dan plotsklaps zo haastig weg te snellen dat ze zonder pardon op iedereen zijn tenen trapten. Waarschijnlijk moesten ze hun trein hebben om terug te keren naar hun gordijnloze huis in een stil Noordhollands dorp waar ze weer liefst zo snel mogelijk terug zouden zijn, weg uit het oord des verderfs dat een stad als Amsterdam is.